Google+

Boerkja of Boerknee? deel 1


Boerkja of Boerknee? deel 1

Boerkja of Boerknee? Het Boerka-verbod is er door. Op 26 juni 2018 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel geaccepteerd. Dat betekent dat wanneer u gezichtsbedekkende kleding draagt in een openbaar gebouw (o.a. scholen, ziekenhuizen, overheidsgebouwen) en openbaar vervoer (o.a. vliegtuig, treinen, bus, metro, pont) u een boete riskeert van € 405,-.

Deze wet kan zo in het standaardwerk van de studie politicologie als schoolvoorbeeld van ‘symboolpolitiek’. Maar groot effect is wel dat moslims opnieuw in de hoek worden gezet van de Nederlandse samenleving.

Wat is het effect? Boerkja of Boerknee?

De heer Thom de Graaf, lid Eerste Kamer voor D66, heeft zijn verantwoordelijk D66-minister, mevrouw Kasja Ollongren, gevraagd hoe zij dit voorstel kan verdedigen. Het gaat om een kleine groep vrouwen en ‘er zijn geen voorbeelden van problemen die dit verbod kunnen onderbouwen. Het is nutteloos.’ Minister mevrouw Ollongren bevestigt dat er inderdaad geen concrete problemen zijn. 

Anders gezegd: het reguleert zich vanzelf. Toen de snackbar om de hoek was overvallen, hing er een bordje op de deur dat je je bromfietshelm af moest doen. En wie door zijn helm niet goed kon lezen, werd er om gevraagd. Ook nooit gehoord van een sociale beroepsopleiding waar leerlingen problemen ervaren, omdat zij les kregen van een docente met niqaab. Die docentes zijn er ook niet! Daarom regelt de samenleving dit vanzelf. En een integraalhelm in de bus? Los van dat mensen er mogelijk niets van vinden, reguleert zich dat ook vanzelf.

Waarom dan toch dit wetsvoorstel? Welnu, dat heeft te maken met de vechtpartij van de PVV tegen alles wat Islam is en dit heeft andere politieke partijen kiezers gekost. Die moesten natuurlijk terug gewonnen worden en daarom zijn de meeste andere partijen tegen het PVV-gedachtegoed aan gaan schurken om weer zieltjes terug te winnen.

Resultaat van dit alles, wat al jaren aan de gang is, is dat we in Nederland ‘onverdraagzaamheid’ jegens de Islam en moslims als kernwaarde zijn gaan hanteren en dat vormt nu een onderdeel van onze zo geliefde ‘Hollandse identiteit’. Dat er meer hoofddoeken worden gedragen wordt gezien als het effect van de ontkenning van de Islam als godsdienst die er mag zijn (naar aanleiding van onderzoek Sociaal Cultureel Planbureau). En dat die ontkenning er is en zal blijven is overduidelijk. Hoe langer je tegen iemand zegt dat hij – per definitie – niet deugt, hoe meer kwaadheid dit bij het lijdend voorwerp op zal roepen.

Veel instellingen hanteren al kledingregels en meermalen hebben boerka- en niqaabdraagsters aangegeven dat zij hun gezicht ter identificatie best willen laten zien wanneer dat nodig is in school, ziekenhuis, politie en gemeentehuis. Dus wat is het probleem om zo’n 13 jaar te discussiëren over deze symboolwetgeving.

Wel komt het vaker voor dat er verbaal en/of fysiek geweld wordt gebruikt tegen moslims en moslima’s. De vraag dringt zich op of racisten en moslimtegenstanders zich gelegitimeerd voelen door de ommezwaai in de kamersbrede politiek en daarmee de maatschappij van tolerante verdraagzaamheid naar anti-gedrag (‘mijn partij is het met me eens’) omvormen.

En dan de handhaving van deze wet. Dat is nog niet duidelijk; daar gaat minister mevrouw Ollongren nog over overleggen met politie en Openbaar Ministerie. Dus we doen 13 jaar over een wet, zonder dat er concrete problemen zijn die bestreden moeten worden en weten dan nog niet hoe we die wet gaan handhaven. Vergelijk een maximum snelheidsinvoering op de weg en we weten nog niet hoe we gaan handhaven. Een unicum in Nederland.

Het effect is dat niet alle Nederlanders er toe doen voor de politiek. Een aantal Nederlanders telt gewoon niet mee. De vraag blijft ‘gewettigd’: waarom 13 jaar tijd, aandacht en geld geven aan een discussie zonder probleem? Sterker nog, een probleem creëren door een groep Nederlanders uit te sluiten en te ontkennen?




Leave a Reply