Google+

Wat houdt het pensioenakkoord in

Wat houdt het pensioenakkoord in

Wat houdt het pensioenakkoord in. Meer naar de inhoud van het pensioenakkoord is er nog veel onduidelijk omdat er soms zeer globale afspraken zijn gemaakt die tot nadere uitwerking moeten leiden. Over de bedoelingen en de uitleg van de tekst van het principe-akkoord kan nog flink gesteggeld worden alvorens er echt een deal merkbaar wordt.

Een poging om iets uit te leggen over wat er tot nog toe is afgesproken:

  • De AOW-gerechtigde leeftijd gaat trager omhoog. De huidige AOW-gerechtigde leeftijd staat op 66 jaar en 4 maanden. Die leeftijd wordt 2 jaar bevroren (in plaats van stijging per 2020 naar 66 jr+8mndn, 2021 naar 67jr).
  • Na 2021 gaat de AOW-gerechtigde leeftijd omhoog met 8 maanden voor elk jaar dat de leeftijdsverwachting hoger wordt (was 12 maanden). Anders gezegd als de levensverwachting van de Nederlandse mens met een jaar omhoog gaat (bv in 2021 van 75 naar 76 jaar) dan stijgt de pensioengerechtigde leeftijd met 8 maanden (67 jr+8 mndn).
  • Zware beroepen, zoals zwaar lichamelijke arbeid of onregelmatige diensten, krijgen de mogelijkheid eerder te stoppen, maar dan worden hier afspraken over gemaakt in de CAO’s. Voor de zware beroepen geldt dat zij maximaal 3 jaren eerder dan de pensioengerechtigde leeftijd mogen stoppen en als werkgevers dit mogelijk maken met een ontslaguitkering zal dat bedrag niet extra belast worden voor die werkgevers. Daarnaast is de mogelijkheid geopend om vooraf hiervoor te sparen met je verlof tot maximaal 100 weken (nu 50 weken) en/of de onregelmatigheidstoeslag dan wel de zwaar-werk-toeslag te sparen om eerder te kunnen stoppen. Hiervoor zal een extra fonds van € 800.000,- worden geschapen om in specifieke gevallen dit te kunnen ondersteunen (wie betaalt dit?).
  • Bovendien wordt onderzocht of mensen die jong beginnen met werken na 45 jaar arbeid met pensioen kunnen.
  • Dan de pensioenuitkeringen. Nu kennen we het zogenoemde ‘omslagstelsel’, wat inhoudt dat de huidige generatie het pensioen van de pensioengerechtigden betaalt middels hun premie-inleg (de babyboomers betaalden voor de uitkeringen van de vooroorlogse generatie pensioengerechtigden). Dat wordt niet meer eerlijk gevonden. In de nieuwe regeling wordt meer uitgegaan van een individuelere opbouw van het pensioen. De jongere van nu betaalt dan minder premie voor de babybomers. Dat heeft gevolgen voor de groep van huidige ±45 jarigen. Die zullen hiervoor moeten worden gecompenseerd, maar hoe, in welke mate en wanneer moet nog verder uitgewerkt worden. In sommige berichten zou hiervoor door de overheid meer dan 3 miljard worden vrij gemaakt.
  • Om de pensioenuitkeringen meer te laten meegroeien met de prijzen krijgen de pensioenfondsen de ruimte om minder hoge buffers aan te houden voor toekomstige verplichtingen. De huidige dekkingsgraad (rekensom van huidige vermogen ten opzichte van toekomstige uitbetalingsverplichtingen) van 105% zal worden verlaagd naar 100%. Daar zullen de meeste pensioenfondsen aan kunnen voldoen, reden waarom er verwacht wordt dat er geen verlagingen van de pensioenuitkeringen nodig zullen zijn op 1 januari 2020. 
  • Aan de andere kant is afgesproken dat de pensioenuitkeringen meer mee zullen veranderen bij economische schommelingen, dus als we opnieuw een financiële, economische crisis zoals in 2008 mee gaan maken, gaan de pensioenuitkeringen ook fors omlaag. In welke mate is niet terug te vinden.
  • De wens van partijen om de zzp-ers (Zelfstandigen Zonder Personeel) verplicht te laten deelnemen aan een pensioenopbouw (naast de AOW, waar zij al aan meedoen) heeft het niet gehaald. Wel is afgesproken dat zzp-ers verplicht een arbeidsongeschiktheidsverzekering moeten aangaan. De huidige premies voor zelfstandigen zijn vele malen hoger dan de werknemersverzekeringen (WIA, ZW) en de rechten veel beperkter. De uitwerking hiervan zal nog de nodige studie vergen. 
  • Dan kwam er buiten de pensioenakkoordpartijen nog een nabrander over de rekenrente. Dat is de rente die wordt toegepast bij de berekening van de toekomstige pensioenuitkeringen (dekkingsgraad). Jaren geleden was de periode om de rekenrente te berekenen al verkort en sinds 2008 met de crisis werd het gemiddelde van de rekenrente dus al lager. Als een pensioensfonds mag uitgaan van een gemiddelde rekenrente van 4,3% (per 31-12-2006) als toekomstige opbrengst van het vermogensdeel in obligaties (±1/3e deel van totaal belegd vermogen in aandelen op de beurs, obligaties met rente-uitkeringen en vastgoed) naar 1,4% (per 31-12-2016) is dat gunstiger voor de dekkingsgraad. Nu heeft een commissie onder leiding van oud-minister Dijsselbloem geadviseerd om de berekening van de rekenrente anders te gaan doen (heel technisch verhaal), waardoor de rekenrente nog verder verlaagd zal worden. Huidig minister Koolmees van Sociale Zaken heeft al aangegeven het advies van de commissie over te nemen. Daarmee zal vanaf 2021 de dekkingsgraad verder onder druk komen te staan. Wat houdt het pensioenakkoord in.

Snapt u het nu nog? Tenminste als mijn poging tot uitleg (geen garanties) er niet al eerder toe heeft geleid af te haken. Conclusie kan zijn dat er basisafspraken zijn gemaakt zonder dat alle gevolgen helder zijn. Verwacht wordt dat op korte termijn de pensioenuitkeringen,  die al jaren zijn bevroren of zelfs verlaagd, iets verbeterd kunnen worden. Maar op de lange termijn gaan de pensioenuitkeringen mee omhoog en ook omlaag met de economische schommelingen. In dat laatste geval zullen er ongetwijfeld landelijke vakbondsacties en mogelijk ook stakingen komen om dat negatieve effect van het huidige pensioenakkoord tegen te gaan. Wat houdt het pensioenakkoord in

Dus: tel uit je verlies!